Week 38 | Economisch herstel en inflatie

Het economische herstel komt eerder en sneller dan verwacht. De recessie wordt immers veroorzaakt door een virus en de maatregelen om het virus te bestrijden, niet door een probleem in de economie of op de financiële markten. Bij een economische recessie is voorafgaand aan de recessie sprake van oververhitting, waardoor er te veel wordt geïnvesteerd. Een recessie is dan een logische correctie daarop. Een recessie kan ook een gevolg zijn van oververhitting in het financiële systeem. Dan is een recessie een reactie op financiële excessen. Aangezien het langer duurt voordat die uit het systeem zijn hebben dergelijke recessies een langere looptijd. Dat was bijvoorbeeld het geval na de Grote Financiële Crisis van 2008 en 2009. Dit keer is de oorzaak van de crisis niet gerelateerd is aan de beurs of de economie. De recessie wordt volledig veroorzaakt door maatregelen die de overheid neemt om het virus te bestrijden. Vooral de zogenaamde lockdown heeft tot gevolg dat een groot deel van de economie stil ligt. Dat betekent dat de economie snel kan herstellen wanneer de maatregelen worden opgeheven, zeker wanneer de overheid er alles aan heeft gedaan om het economisch groeipotentieel te behouden. Ook dat maakt een groot verschil. In reactie op de Grote Financiële Crisis gingen overheden bezuinigen. Nu stimuleert de overheid, samen met de centrale banken zelfs op een ongekende schaal.

De laatste economische cijfers wijzen er op dat de meeste landen weer groeien en daarmee dus uit de recessie zijn. De groei is voor velen sterker dan verwacht. Dat is een direct gevolg van de monetaire en fiscale impulsen, maar ook door een verschuiving in de bestedingen. Zo gaat het vakantiebudget dit jaar op aan het eigen huis en profiteren tech-bedrijven van de versnelling van de digitale transitie als gevolg van Corona. Daarnaast gaan overheden waarschijnlijk fors investeren om de klimaatcrisis te bestrijden. De Coronacrisis zorgt ook voor een inhaalslag op het gebied van productiviteit. Thuiswerkers zijn over het algemeen zo’n tien procent productiever dan de medewerkers op kantoor. In het onderwijs kwam het online leren nooit van de grond, maar is het nu noodgedwongen realiteit. Consumenten besparen tijd door meer online te kopen. Deze ontwikkelingen leiden wel tot minder vervoersbewegingen en gaan ook ten koste van de winkelcentra, maar ze hebben wel tot gevolg dat de totale koek groter wordt. Meer productiviteit betekent immers een hogere economische groei.

Het is onwaarschijnlijk dat het Coronavirus nog roet in het eten kan gooien, althans niet op zo’n enorme schaal zoals in de eerste helft van het jaar. De maatregelen om het virus te bestrijden zijn veel meer doelgericht. In veel gevallen is er niet langer sprake van een algehele lockdown, nu gaat het meer om steden of specifieke regio’s. Mensen kunnen zich nu ook sneller aanpassen aan die maatregelen. Verder is het virus beter te behandelen door verschillende bestaande medicijnen en de toegenomen kennis over de ziekte. De geluiden over een werkend vaccin zijn bepaald optimistisch. Verschillende vaccins zitten al in fase 3, de laatste fase van onderzoek. Naarmate de tijd voortschrijdt, zal het inzicht, de behandeling en de bestrijding van het virus verder verbeteren, waardoor de maatregelen verder kunnen worden versoepeld. Dat is waarschijnlijk ook het moment dat consumenten gaan besteden wat ze in de afgelopen maanden hebben gespaard.

Gevolg van dit sneller dan verwachte herstel is wel dat de inflatie begint op te lopen. Nu valt dat niet meteen op in de officiële inflatiecijfers. Die zijn gebaseerd op een mandje aan bestedingen, maar dat mandje is er door de Coronacrisis anders uit gaan zien. Vliegen en vakanties zijn goedkoper geworden, maar daarvan wordt nauwelijks gebruik gemaakt. Ook de brandstofprijzen zijn gedaald, maar er wordt minder gereden. Daar staan goederen en diensten tegenover waar wel meer vraag naar is. Zo hebben de Doe-Het-Zelf winkels en de tuinbouwcentra een goed jaar. In de Verenigde Staten zijn de prijzen voor hout sterk gestegen. In de Verenigde Staten wordt er meer gebouwd met hout en de houtzagerijen gingen begin dit jaar uit van een slecht jaar als gevolg van de Coronacrisis. De vraag naar hout is echter explosief gestegen. Het lijkt er op dat iedereen is gaan verbouwen. Ook trekken Amerikanen van het centrum van de grote steden naar de buitenwijken. Opvallend is ook de vraag naar nieuwe en tweedehands auto’s. Door Corona geven veel mensen de voorkeur aan de auto boven het openbaar vervoer. Het is dan ook niet zo vreemd dat in de Verenigde Staten de autoprijzen over de afgelopen twaalf maanden met 5,4 procent zijn gestegen.

Meer inflatie betekent dit keer niet dat de rente zal stijgen. Dat betekent dat obligatiehouders en spaarders er in koopkracht sneller op achteruit gaan. Door de Coronacrisis zijn de overheidsschulden in korte tijd fors opgelopen. Om die te financieren, moet de rente laag blijven. Centrale bankiers beperken zich daarom niet alleen tot het controleren van de korte rente. Het opkoopbeleid zorgt er voor dat ook de lange rente laag blijft. Nieuw is dat centrale bankiers daarmee ook rechtstreeks de overheid financiert, wat een sterke prikkel is voor overheden om te blijven spenderen. Politici zijn namelijk erg goed in het uitgeven van geld dat niet van henzelf is. De langer laag blijvende rente in combinatie met oplopende inflatie is wel goed nieuws voor aandeelhouders. Obligatiehouders kunnen niet de rente verhogen als de prijzen oplopen, maar bedrijven kunnen over het algemeen prima hogere prijzen rekenen (anders is er namelijk geen inflatie). Aandelen blijven dan ook de voorkeur houden boven obligaties.

Vanaf het dieptepunt op 23 maart hebben de aandelenmarkten een sterk herstel laten zien. De afgelopen weken is er sprake van een adempauze. Wellicht dat de beurs iets te veel vooruit was gelopen op de goede fundamenten. Dergelijke correcties horen bij een opgaande markt en daarop inspelen is vrijwel onmogelijk. Typisch gaat het om een correctie van een procent of tien. Wie zo’n correctie ziet aankomen, moet twee keer goed zitten: er uit, maar er ook weer in. Meestal lukt het niet op de top en de bodem goed te timen en er moet ook twee keer kosten worden gemaakt door te handelen. Dat terwijl er fundamenteel niets is gewijzigd. De factoren die de beurs hoger hebben gezet, zijn nog steeds aanwezig. Uitbundige liquiditeit, een sneller dan verwacht economisch herstel en door de extreem lage rente voldoende aantrekkelijk gewaardeerde aandelen. Het is een kwestie van tijd totdat de opgaande lijn wordt vervolgd.

Auréus
Jeroen van Lom
CIO

Deel dit artikel:

Bekijk ook:

Menu