Week 36 | Economische herstel en meer liquiditeit

Zowel in de Verenigde Staten als in Europa zal het derde kwartaal waarschijnlijk de hoogste economische groei laten zien sinds de Tweede Wereldoorlog. Het gaat dan om wel om economische groei ten opzichte van een bijzonder slecht tweede kwartaal. Op jaarbasis (geannualiseerd) komt de economische groei mogelijk rond de 30 procent uit. Ook dan is er nog geen sprake van een volledig herstel. De Coronacrisis is nog niet achter de rug. De kans lijkt toe te nemen dat er voor eind van dit jaar een werkend vaccin is, dat dan volgend jaar voor alle risicogroepen beschikbaar is. Tegelijkertijd zijn er de laatste maanden meer besmettingen dan in de zomer. In de vijf grootste Europese landen is het 7-daags gemiddelde gestegen van een dieptepunt van 2.000 besmette personen per dag naar 14.500 personen per dag in juli. Dat is nog altijd minder dan de piek van 23.500 personen per dag in april. Er wordt nu minimaal twee keer zo veel getest als voor de zomer en dat verklaart deels de stijging. Er zijn signalen dat de ziekte minder slachtoffers eist als gevolg van betere behandelingsmogelijkheden en omdat de leeftijd van de gemiddelde patiënt jonger is dan in het voorjaar. Het is daarmee onwaarschijnlijk dat er op grote schaal sprake zal zijn van nieuwe lockdowns, hoewel de start van het schooljaar en het koude weer mogelijk zorgt voor meer risico’s. Over het algemeen is iedereen veel beter voorbereid dan begin dit jaar. Wat opvalt is dat veel consumenten volop hebben gespaard. Niet alleen gedurende de lockdown, maar ook daarna. De besparingen vallen waarschijnlijk vrij op het moment dat er een goed werkend vaccin is en kan daarmee volgend jaar voor een extra economische impuls zorgen

In de Verenigde Staten is de Amerikaanse centrale bank bereid om de rente langer laag te houden. De doelstelling van 2 procent inflatie is een lange termijn doelstelling geworden. Omdat inflatie nu zo lang beneden die 2 procent is uitgekomen, mag die volgens de centrale bank ook wel enige tijd boven de 2 procent uitkomen. Ook zal de centrale bank in de toekomst pas de rente verhogen op het moment dat de inflatie daadwerkelijk te ver is doorgeschoten. In het verleden verhoogde de Fed de rente al op het moment dat er sprake was van vrijwel volledige werkgelegenheid, zelfs als de inflatie nog ver beneden de 2 procent uitkwam. Feitelijk stopt de Fed hiermee met het preventief verhogen van de rente. Nu zorgen deze maatregelen niet direct voor het oplopen van de inflatie, maar met de uitbundige liquiditeit en het economisch herstel kunnen inflatieverwachtingen wel sneller doorschieten door het nieuwe beleid van de Fed. Ook de ECB evalueert haar bestaande inflatiedoelstelling van ‘beneden, maar dichtbij de 2 procent’. Mogelijk dat Lagarde op de bijeenkomst van 10 september een toelichting geeft. Centrale banken geven meer ruimte voor inflatie. Zolang die inflatie niet boven de 3 à 4 procent uitkomt, kunnen aandelen daar goed mee omgaan. Verder profiteren mogelijk grondstoffen, vastgoed en inflatie-obligaties.

Het signaal dat de centrale bankiers geven is dat ze de rente langer laag zullen houden, zelfs als de inflatie oploopt. Ze kunnen er nog voor kiezen om de rente op obligaties te maximaliseren met de belofte dat ze boven een bepaald renteniveau alle obligaties opkopen. Dit wordt wel Yield Curve Control (YCC) genoemd en wordt op dit moment al toegepast in Japan. Het zorgt voor een nog groter waarderingsverschil tussen aandelen en obligaties, in het voordeel van aandelen. Nu is normaal gesproken een deel van de rentevergoeding bedoeld als compensatie voor de inflatie. Nu is de rente zo laag dat gecorrigeerd voor die inflatievergoeding er sprake is van een negatieve reële rente. Door die negatieve reel rente gaan beleggers op zoek naar zaken die wel een positief reëel rendement geven. Eén daarvan is de aandelenmarkt. Door dit monetaire beleid is de kans groot dat waarderingen op de aandelenmarkten in de komende jaren zullen doorschieten. In de Verenigde Staten is de waardering al behoorlijk opgelopen en wordt nu vaak de vergelijking gemaakt met de dotcomhype van het jaar 2000. Die vergelijking gaat op meerdere gebieden mank. Zo is de Amerikaanse tienjaarsrente nu 0,7 procent tegen 6 procent in het jaar 2000. Ook is de IT-sector dit keer uitermate winstgevend, terwijl er in 2000 vaak niet meer was dan een grote belofte voor de toekomst. Verder profiteert juist de IT-sector van de Coronacrisis. Door de online-trend lopen veel IT-bedrijven al snel drie jaar voor op schema. Toch wordt met het oplopen van de inflatie en het aantrekken van de economische groei ook de meer cyclische bedrijven interessant. Deze bevinden zich vooral buiten de Verenigde Staten en zijn in historisch perspectief eerder te laag dan te hoog gewaardeerd. Een positief gevolg is dat dan de koersontwikkeling verbreed en niet langer meer alleen gedragen hoeft te worden door IT bedrijven.

De komende maanden staan vooral in het teken van de Amerikaanse verkiezingen. Zelfs de verslechterende relatie tussen China en de Verenigde Staten is rechtstreeks terug te voeren op de verkiezingen op 3 november. Door de nieuwe records op de Amerikaanse beurzen en de aantrekkende economie stijgen de kansen van Donald Trump geleidelijk, maar Biden heeft nog altijd een ruime voorsprong in handen. Verder zal in de komende weken gezocht moeten worden naar een vervanger voor Shinzo Abe, die vanwege gezondheidsredenen is afgetreden. Dat kan zorgen voor wat onrust op de Japanse beurs, maar het betekent niet dat het zijn beleid dat bekendstaat als Abenomics stopt. Japanners hechten aan continuïteit en rust en kiezen meer voor een evolutie dan voor een revolutie.

Door de aantrekkende economie en centrale banken die de liquiditeitskraan wijd open hebben staan, lijkt de weg vrij voor verder stijgende koersen. Door de extreem lage rente is het mogelijk dat waardering ver doorschieten, zoals we nu al zien in een zeer selecte groep individuele bedrijven. Opvallend is de grote belangstelling voor duurzame bedrijven, mogelijk ingegeven door de versnellen van het beleid om de klimaatcrisis aan te pakken. Een groeiende economie, uitbundige liquiditeit en vooral buiten de Verenigde Staten een gematigde waardering bieden voldoende ruimte om met aandelen de komende jaren een goed rendement te behalen. Bij obligaties wordt dit lastiger. Als de centrale banken willen, houden ze de rente op dit lage niveau terwijl ze de inflatie laten oplopen. Voor de spaarder en de beleggers in obligaties betekent dit dat op termijn hun koopkracht wordt uitgehold. Daarmee betalen zij de rekening voor de hoge schulden.

Auréus
Jeroen van Lom
CIO

Deel dit artikel:

Bekijk ook:

Menu