Week 18 | Black Monday for Oil

Afgelopen maandag gebeurde er iets in de financiële markt dat alleen in theorie mogelijk leek. Handelaren in ruwe olie moesten betalen om van hun olie af te komen.

Aan het begin van 2020 noteerde de prijs voor een vat ruwe olie (WTI) rond de $60. Voor veel producenten een prijs waarbij een gezonde marge kan worden gehaald. Door de verslechterde wereldwijde economische vooruitzichten vanwege de corona uitbraak daalden de olieprijzen tot ruim onder de $40. Onenigheid tussen Saudi-Arabië en Rusland over een beperking van de olieproductie, om de koers te ondersteunen, was aanleiding voor een daling tot ca. $20. Als we ons bedenken dat Saudi-Arabië ca. $80 per vat nodig heeft om het jaarlijkse budget sluitend te krijgen, begrijpt iedereen dat er iets moet gebeuren om het onbeperkt oppompen van olie te stoppen. Rusland is voor zijn budget voor ca. 50% afhankelijk van de olieopbrengsten; ca. 70% van de Russische export komt uit de energiesector. Dus ook Rusland heeft een groot belang bij een gezonde marge. De prijs voor een gezonde marge in de Verenigde Staten (sinds een paar jaar per saldo exporteur van olie) ligt voor veel olievelden ruim boven de $40. Slechts enkele velden kunnen bij prijzen van rond de $30 winstgevend draaien. Met andere woorden, de grootste producenten verliezen geld aan olieprijzen van rond de $20…

Wat gebeurde er maandag 20 april jl? Dit was de laatste handelsdag voor de contracten in de WTI mei 2020 future; en waar bij de meeste index futures alleen een financiële afwikkeling is, wordt er in de oliefuture afgerekend in vaten olie. Dus als je eigenaar bent van 1 WTI future op de afloopdatum krijg je 1.000 vaten olie geleverd. Voor veel speculanten is dat uiteraard niet de bedoeling. Als de afloopdatum dichterbij komt, verkopen zij de future en kopen vervolgens een future van een volgende maand terug. Normaal kost dat ‘doorrollen’ tussen de $1 en $10, afhankelijk van de marktomstandigheden, maar maandag 20 april waren en nog zo veel speculanten die van hun oliefutures afwilden, dat de olieprijs van futures met een levering in mei 2020 onder nul daalde en de verkopende partijen toe moesten betalen (tot een maximum van $37) om te voorkomen dat de olievaten werden geleverd. Behalve de grote hoeveelheid speculanten die na een daling van $60 naar $20 gerekend hadden op een herstel, zijn ook de beperkte opslagmogelijkheden oorzaak van de vrije val. In normale marktomstandigheden wordt opslag gebruikt voor olie die tijdelijk wacht op transport of een nieuwe eigenaar, maar ook speculanten gebruiken deze opslag om te wachten op stijgende prijzen. Olieopslag is berekend op normale omstandigheden en niet op de extreme situatie van de afgelopen maanden. Door de terugval in de economische ontwikkelingen vanwege het coronavirus is er minder vraag naar olie. De opslagcapaciteit is daardoor al maximaal aangesproken. Een alternatieve opslagmogelijkheid zijn tankschepen die normaal alleen het vervoer verzorgen, deze worden momenteel ook gebruikt voor opslag. Overal ter wereld liggen buiten de petroleumhavens tankschepen te wachten tot de eigenaar van de olie hen opdracht geeft waar deze ‘gelost’ moet worden.

Dus door het uitblijven van een herstel in de olieprijs en de overvolle olieopslag verloren de speculanten meer dan de oorspronkelijke investering, de WTI future mei 2020 gekocht op $30 heeft een verlies van meer dan $60 opgeleverd indien de handelaar heeft gewacht tot de laatste dag van verhandeling. Al met al een bizarre situatie. En een bewijs dat markten lang niet altijd efficiënt functioneren.

Namens team Auréus
Jeroen van Lom
CIO

Deel dit artikel:

Bekijk ook:

Menu