VerDieping | De toegevoegde waarde van een vermogensbeheerder

Tegen het einde van het jaar is het weer tijd om de balans op te maken. Beleggers kijken welk rendement ze afgelopen jaar hebben behaald. Meestal wordt er niet gekeken naar het risico dat ze in dat jaar hebben gelopen, uitsluitend naar het rendement. De portefeuille wordt vergeleken met de markt, liefst natuurlijk met de markt die het op dat moment het best heeft gedaan. Niets menselijks is ook beleggers niet vreemd. Er zijn beleggers die meerdere portefeuilles aanhouden bij verschillende instellingen, maar daarbij vaak vergeten dat ze dan meestal appels met peren aan het vergelijken zijn. Tegenwoordig is er ook het alternatief van vergelijkingssites, alleen blijkt de informatie daar vaak verouderd, incompleet en helaas blijken veel vergelijkingssites de belegger te sturen naar de partijen waar de vergelijkingssite het meest aan verdient. Een beter alternatief is een vergelijking met een index, maar er zijn tegenwoordig meer indices dan beursgenoteerde bedrijven. Bovendien kan in een index niet worden belegd, een tracker op de index vormt dan een betere afspiegeling van het belegbare alternatief voor de portefeuille. Toch gaat ook deze vergelijking in meerdere opzichten mank. De keuze tussen vermogensbeheer en -advies aan de ene kant of het helemaal zelf doen, blijkt in de praktijk te zorgen voor de grootste rendementsverschillen.

Een belegger heeft de keuze bij beleggen om het zelf te doen of om het uit te besteden. Bij het uitbesteden kan gekozen worden voor advies, maar dan moet wel voor elke transactie vooraf akkoord worden gegeven. Er kan ook gekozen worden voor vermogensbeheer. Vermogensbeheer betekent het laten beleggen van je geld door een professionele partij. Daarbij worden vooraf afspraken gemaakt over welk risico de belegger kan en wil nemen, welk rendement wordt nagestreefd, de kosten en andere voorwaarden. Zelf doen is uiteraard goedkoper, maar uit onderzoek blijkt dat goedkoop vaak duurkoop is. Veel doe-het-zelf-beleggers spreiden onvoldoende, laten zich verleiden tot overmatig handelen op basis van impulsen en blijken vooral in extreme situaties de verkeerde besluiten te nemen. Die gaan allemaal ten koste van het rendement. Vooral het afgelopen jaar was een uitstekend jaar om op basis van zulke impulsen verkeerde beslissingen te nemen. Na een correctie van 35 procent volgde en herstel van meer dan 50 procent op de wereldwijde aandelenmarkten.

Het eerste voordeel van vermogensbeheer is de strategische benadering van de beleggingsmix. Vooral op de verhouding tussen rendement en risico heeft deze strategische verdeling een grote invloed. Veel beleggers geloven dat ze moeten handelen op basis van marktbewegingen, maar het op korte termijn proberen te voorspellen waar de beurs naar toe gaat, eindigt meestal in een tranendal. Bij vermogensbeheer worden portefeuilles met enige regelmaat geherbalanceerd nadat die door bewegingen in de markt uit het lood zijn geslagen. Herbalanceren is vooral aan de orde als er sprake is van grote koersuitslagen. Herbalanceren betekent dat het gewicht van de verschillende beleggingscategorieën weer wordt teruggebracht naar het oorspronkelijke strategische gewicht. Wie bijvoorbeeld het jaar begon met een portefeuille die voor 50 procent aandelen en voor 50 procent obligaties bestond, zag na de koerscorrectie in maart een portefeuille met 40 procent aandelen en 60 procent obligaties. Herbalanceren betekent in dit geval dat rond het dieptepunt aandelen moeten worden gekocht en obligaties verkocht. Dat maakt nogal wat uit voor het rendement, gelet op het daaropvolgende herstel van 50 procent op de aandelenmarkt. In de praktijk blijkt herbalanceren een succesvolle strategie om de markt te timen, simpel door het principe van laag kopen, hoog verkopen. Het heeft er zelfs voor gezorgd dat met een regelmatig geherbalanceerde portefeuille met 60 procent aandelen en 40 procent obligaties in de afgelopen decennia meer rendement kon worden behaald dan met een 100 procent aandelenportefeuille en dan met ruwweg de helft van het risico.

Er is veel onderzoek gedaan naar het rendement dat individuele beleggers behalen  in vergelijking tot de markt. Uit een onderzoek van JP Morgan over een periode van 20 jaar (1998-2017) blijkt dat het rendement van de gemiddelde individuele belegger met 2,6 procent per jaar fors achterblijft bij de gemiddelde portefeuille met 60 procent aandelen en 40 procent obligaties. Die behaalde over dezelfde periode een rendement van 6,4 procent per jaar. Het grote verschil wordt vooral veroorzaakt door de reactie van individuele beleggers op de twee grote koerscorrecties (van maar liefst 50 procent) in deze periode. Beleggers hebben niets tegen risico, zo lang het maar niet ten koste gaat van het rendement. In de praktijk blijkt dat individuele beleggers een voorkeur hebben voor instappen op de top en uitstappen op de bodem. Veel van deze beleggers nemen te veel risico in de opgaande fase, met als gevolg grotere verliezen in de neergaande fase. In de opgaande fase lijkt het zelfs zo dat veel van deze beleggers beter presteren dan de markt. Er wordt dan immers vooral gekeken naar rendement en niet naar risico. Dergelijke momentumbeleggers geloven op een gegeven moment dat ze onoverwinnelijk zijn. Ze volgen exact de tegenovergestelde strategie van het herbalanceren, ze kopen bij op de top en verkopen, vaak noodgedwongen, op de bodem.

Bij vermogensbeheer gaat het dus niet uitsluitend om de juiste selectie van beleggingen, het gaat vooral ook om de interactie tussen de belegger en de portefeuille in juiste banen te leiden en daarbij de risico’s te bewaken. De vermogensbeheerder is geen helderziende, maar is tegelijkertijd wel onderdeel van een organisatie waar veel kennis en ervaring is op het gebied van beleggen. Zo bezien is zelfs een rendement na kosten dat in de buurt komt van het marktrendement helemaal nog niet zo slecht. Het helpt dan niet om dan te kiezen voor indexbeleggingen, want in de praktijk blijkt dat individuele beleggers juist indexbeleggingen in een correctie de deur uit doen, terwijl ze vasthouden aan bijvoorbeeld de actieve thematische fondsen die meer op de lange termijn focussen. Het nadeel van indexbeleggingen is immers dat ze volledig meedoen in de rit omlaag. Psychologisch zorgt dit er voor dat de beleggingshorizon van de nerveuze indexbelegger opeens verkort wordt tot een week. Beleggen is iets voor de lange termijn en alles wat er voor kan zorgen dat ook in slechte tijden de blik gericht blijft op die lange termijn, komt ten goede aan het rendement. De communicatie met een individuele vermogensbeheerder speelt hierin een belangrijke rol.

Een gezond en voorspoedig 2021 gewenst.

Auréus
Han Dieperink
CCO

Deel dit artikel:

Bekijk ook:

Menu